woensdag 17 februari 2010

INTERNIKS

Niet zo lang geleden begon ik met dit blog. Ik dacht, wie weet neemt mijn internethandigheid toe. Ga ik het medium doorgronden. Krijg ik het gevoel (bij het schaken) dat ik kan meepraten. Dat ik weet wat Google voor ons bedacht heeft. En dat ik daar blij van wordt.
Of dat ik een reuze handig en effectief netwerk heb opgebouwd. Maar helaas, dit werkt niet voor mij. De nieuwste electronische snufjes verdampen bij de geur van een echt boek. Ik lees er wel over in de krant. En een netwerk onderhouden kost me teveel tijd.

Of ik word er te melancholisch van. Dan lees ik dat Simon aan het skien is in Zwitzerland en dan denk ik, Jezus, hoe lang is Jersey wel niet geleden. Of, heel anders, zie ik opeens de naam van een klasgenoot die vroeger veel geplaagd werd. Dan ben ik blij dat hij goed terecht is gekomen. En schaam ik me een beetje dat ik zelf niet liever was. Ik deed niet mee, maar ik sloeg die anderen ook niet op hun bek. Dat deed ik op de lagere school namelijk wel. Ergens is het misgegaan..

Exit facebook, exit linkedin. Ze bekijken het maar. Het kost me ook teveel tijd. Geef mij maar een echt gesprek. Met vlees en bloed. En zichtbare rimpels. En gezichten, die iets vertellen. Want letters verhullen. Zo'n computermachine is ook veel te kil. En al die foto's, al die berichten, al die verhalen, ze slaan je creativiteit stuk.


Waar ik ook griep van krijg zijn al die doordachte reclame boodschappen. Internet is teveel een gigantische geldmachine. Een propaganda wolf. Eerst de radio, toen de televisie en dan nu internet. Niets is veilig. Wat dat betreft ben ik conservatief.

En toch ben je o zo verleidelijk. Waarom zou ik hier anders schrijven? Er is publiek. Ergens.
En er is muziek. En er zijn ideeen. Hoe lang nog voordat de eerste sociologische studie verschijnt met daarin de begrippen economisch, cultureel en digitaal kapitaal?
Internet als bron van kennis. Kennis als bron van verslaving. Een eindeloze heerlijke kennisgolf waarop het prettig surfen is.

Gelezen in de krant van vandaag:

In de metro van Rotterdam is een jongeman gesignaleerd met een boek van de Vlaamse auteur Tom Lanoye. De man droeg op de heenweg een muts. Op de terugweg niet meer. Dat staat op de videobeelden. De man lijkt aangeslagen. Nee, niet door de mr-vergadering, hoewel die ook schokkend was. Nee, het was dat boek. Verpletterend. "ik had even zin in iets anders dan die Israeliet. Dus pakte ik die Vlaming uit de kast. Tering, wat goed. Het is dat ik monden moet voeden, anders had ik een paar dagen vrij genomen"



















woensdag 10 februari 2010

er lag een dode vogel langs de weg en langzaam stoof de sneeuw tot een heuvel waar al gauw enkele ontsnapte albert hein smurfen de kans zagen om

Misschien is dit medium wel het meest geschikt voor korte verhalen.

Ik fiets langzaam over de aangedrukte sneeuw. Een auto staat met de voorkant boven op een betonnen paal. Het is glad op de weg. En o zo mooi, Rotterdam en de Maas in het ochtendgloren onder een dunne laag sneeuw, met veel wind en schimmige mist. Waar blijft de hoorn?

Hoi meester, we gaan er een leuke dag van maken, toch? Nee, niet kroelen, je bent nu een grote meid, we geven elkaar een hand. En met een engelenglimlach begint haar dag. En die van mij. Doet de computer het weer? Ja? Ach, ik zei het toch, maak je maar geen zorgen, het komt wel goed. Mogen de poppen kijken?


De school waar ik werk is volkomen ict incompatible. Vandaag een cursus; het (digitaal) ontwikkelings volgmodel. Leon, de cursusleider, is er klaar voor. Mijn collega's met een frisse blos op de wang klaar voor de start. Ikzelf een academisch kwartiertje te laat. Hebben jullie allemaal de persoonlijke inlogcode? Nee, allemaal niet. De manager wordt gebeld. Foutje. Cursus gaat niet door. Het sneeuwt gelukkig nog steeds.

En thuis is er liefde. En pannekoeken. En een vol bad. En samen Bob de Bouwer kijken. En zingen. En boekjes lezen. En kroelen. De was ophangen. Rapporten schrijven. Muziek. En dit webblog. Wie weet neem ik de komende maanden een break om vervolgens met een echt verhaal te komen. Leef wel.