De zon scheen fel die dag. Het was bijna zomer. We fietsten uitgelaten over de dijk. De schooldag was voorbij. Was het woensdag?
Ik was zestien. Ik had ongeveer 1 jaar gewerkt voor mijn fiets. Dat begon vier jaar eerder, toen ik 12 was. Frans, een schoolvriendje, en ik werkten voor 1 gulden per uur in de kas bij Ton. Anjers poten enzo. Het rook daar altijd lekker. Bijvoorbeeld naar gestoomde aarde. Er werd dan een groot plastic zeil boven de grond gespannen en na een paar uur stomen werd dit zeil eraf getrokken. Die geur die dan omhoog kwam; warm en aards.
Een andere warmte voelde ik als ik samen met een meisje van 17 moest werken. Ze had lange donkere krullen en pretoogjes. Haar naam ben ik vergeten. Soms werkten we samen aan een pad. Ze zat dan vlak naast me, licht voorovergebogen stopte ze bolletjes in de grond. Ze droeg een geel t-shirt met afgeknipte mouwen en ik kon haar okselhaar zien. Ze rook daar erg lekker.
In die tijd luisteren we naar de Tour de France en naar de beats van Madness. In de kas dronk ik mijn eerste koffie. Om erbij te horen. Dat mijn vader bijna dood was gegaan aan een hartinfarct voorkwam dat ik ging roken. Ik weet nog dat die fiets 699 gulden kostte. Een zwarte peugeot. El Torro Cyclo was geboren, alleen wist hij dat nog niet...
Langs de dijk liggen al die kassen. We naderden de Maasdijk. Deze schiet als een zwart potlood door het glas richting zee. Ik weet nog dat Arend snel overstak. Ik liet de auto passeren, wachtte even en toen kon ik. Dacht ik. Ik keek naar links en zei tegen mezelf, dit klopt niet. En daar vloog ik hoog door de lucht. Dat moment vergeet ik nooit meer. Het was alsof ik werd opgetild door iets wat er niet is, maar wat je wel voelt. Na een paar seconden (in werkelijkheid minder dan 1) viel ik op de grond. Meteen keek ik naar rechts of dat wel klopte. Gelukkig, die auto was nog heel ver weg. Vanaf dat moment was ik high.
Arend bracht mijn fiets naar huis. Het was mijn moeders verjaardag nota bene. Achteraf moest ik wel lachen om zijn nuchterheid waarmee hij de boodschap bracht. Dit is Vin z'n fiets, hij komt zo thuis. Het ritje met de politie was prettig, ik heb zelfs nog de aanrijder gerustgesteld dat het niet haar fout was. Thuis hield ik me even flink en toen kwamen de tranen. De fiets heeft mijn moeder zonder dat ik het wist weggedaan. He ma, ik had zo graag iets eraf gehaald als souvenir, dat snap je toch wel. Maar zomaar dingen weggooien was in die tijd een specialisme van mijn moeder...
Wat was het dat ik door de lucht vloog. Was het de verwarring van al die verliefde gevoelens? Was het de zon die me even wilde optillen om iets te vertellen. Ik weet het niet.
Mijn fietsplannen met Scott verdwenen ergens heel diep in mijn hersens. Totdat ik 12 jaar later een mooie rooie tegenkwam. Ze deed aan fietsvakanties. Het was mijn moeder die zei, he Vin, dat wilde jij toch ook doen? Het was mijn vader die me 1000 piek gaf (cash uit de binnenzak) en zei: Vin, ga jij maar een stukje fietsen met die griet.