Als ik mijn fiets tegen de lantarenpaal op slot zet, denk ik; doe dat hangslot maar niet. Stel dat ze 'm vannacht pikken, dan ben je die ook nog kwijt.
De volgende dag heb ik spijt. Hij is weg. Ik ontdek het als ik 's avonds naar de bioscoop wil. Vertwijfeld kijk ik om het hoekje. Nee, echt weg. Ik heb heel veel spijt. Waarom toch de goden verzoeken? In deze fiets zit zoveel geschiedenis. Zoveel zweet en mooie kilometers. Had op z'n minst het frame gered. Te laat.